Welkom op Frans Dijkstra’s Website
Home Muziek Paddestoelen Genealogie Eclipswaarnemingen Artikelen Over mij / contact
4 maart 2018 Eerste schaatsperiode sinds 2013 De winter van 2017/2018 kreeg een verrassend slot. Na de sombere, natte en zachte maanden december en januari tapte februari uit een ander vaatje. Veel zon, weinig regen en veel dagen met nachtvorst. Vanaf 22 februari werd het elke dag een beetje kouder, en op 28 februari kwam de tempertuur in De Bilt drie dagen lang niet meer boven nul. De laatste dag van de meteorologische winter was daarmee tevens de eerste offiële ijsdag. Erg spectaculair was deze vorstperiode niet, maar er werd toch vrijwel overal in het land geschaatst. Vanaf 27 februari gingen de eerste ijsbanen open, en kon op ondiepe plassen worden geschaatst. Hoewel er geen georganiseerde tochten waren, gingen op 1 en 2 maart veel mensen in de merengebieden in Overijssel en Friesland het ijs op. Ook in Giethoorn kon worden geschaatst, en op zaterdag 2 maart zelfs op de Amsterdamse grachten. Het werd wereldnieuws. Op 1 maart moesten er in het Van Starkenborg kanaal ijsbrekers aan te pas komen. Zondag 3 maart bracht het einde van de pret. De temperatuur steeg in het hele land tot ruim boven nul. Het publieke geheugen is kort. Ik heb het al eens betoogd, zie mijn artikel in de Volkskrant in 2014. Zo ook nu. De media dachten dat zo’n kougolf bijzonder is. Blijkbaar herinnert niemand zich nog de 4 opeenvolgende schaatswinters van 2010 t/m 2013. Het werd nodig geacht om koudeadviezen uit te brengen, op grond van een RIVM-richtlijn. In Trouw stond hierover zaterdag 2 maart een roerend artikel. Daarin kwam ook de klimatoloog Van Weele van het KNMI aan het woord. De kans op zo’n koudegolf was een eeuw geleden eens in de twee jaar, en tegenwoordig eens in de vier jaar, meldde hij. Tja, dan is er een probleem voor mensen wier geheugen niet verder teruggaat dan vier jaar, en dat zijn er kennelijk nogal wat. Over de bewering, dat er een eeuw geleden tweemaal zoveel koudegolven optraden als tegenwoordig heb ik een kleine fact check gedaan. Zie onderstaande grafiek. Het lijkt er op dat Van Weele de cijfers van zijn eigen KNMI niet kent. IJsdagen zijn dagen waarop het kwik in De Bilt niet boven nul komt. Uit de grafiek is af te lezen, dat de winters sinds 1940 veel minder koud zijn geworden. In de jaren veertig waren er vier zeer strenge winters (1940, 1941, 1942, 1947). Die winters zijn alleen nog in 1963 geëvenaard, met steeds zwakker worden echo’s in 1979, 1986, 1996, en 2010. De laatste 5 jaar zitten we op een dieptepunt. Tot zover lijkt Van Weele gelijk te hebben. Misschien denkt hij dat 1940 een eeuw geleden is, maar daar zit hij 22 jaar naast. In de periode van 1910 t/m 1935 waren de winters niet noemenswaardig kouder dan in de laatste 25 jaar. Het feit, dat het nu 5 jaar geleden was, is een erg wankele basis voor de bewering, dat we nu eens in de vier jaar een koudegolf hebben. In de laatste 10 jaar waren er 6 à 8 koudegolven, in de laatste 25 jaar waren er 15 à 20. Ik geef marges, omdat in sommige jaren (1996, 1997, 2012) meer dan één koudegolf voorkwam, en hoe je die precies telt hangt van de definitie van het einde van een koudegolf af. Gerekend over de laatste 10 of 25 jaar, stel ik vast, dat de kans op een kougolf niet 25% is, maar 65 à 80%. Van Weele is niet de enige die denkt, dat de kans op winterweer zo klein is geworden. Het is een tamelijk algemeen verbreide opvatting. De aarde warmt op, en dus krijgen we minder koude winters, nietwaar? Dat is in principe waar, maar die opwarming is veel minder dan de afname in kougolven die we sinds 1940 zien. Andere oorzaken zijn kennelijk belangrijker. De golfbeweging die we zien in het aantal ijsdagen heeft volgens mij met natuurlijke factoren te maken: cyclische veranderingen in de oceaanstromen op een schaal van decennia of zelfs eeuwen veroorzaken wisselende patronen in de luchtdrukverdeling, en daarmee in de dominante windrichting in een Nederlandse winter. Het is ook mogelijk, dat de 11-jarige zonnecyclus invloed heeft. De pieken van de ijsdagen in de grafiek vertonen gemiddeld ook een cyclus van ongeveer 11 jaar. Maar die cyclus is minder regelmatig dan de zonnecyclus, en dat maakt het lastig om oorzaak en gevolg aan elkaar te koppelen. Ik denk, dat klimatologen een verklaring moeten vinden voor de cyclische patronen die men ziet in de koudegolven, voordat ze uitspraken doen over de kans op koude winters in de toekomst. Als ze niet kunnen verklaren waarom de strenge winters van 1940 tot 1963 optraden, dan zijn hun uitspraken over het toekomstige klimaat niet geloofwaardig. 6 maart 2016 Goed nieuws over het klimaat Twee berichten uit de laatste twee weken: (1) De klimaatmodellen zitten er naast. De opwarming van de aarde ging minder snel. (2) De gevolgen van de verzuring van de oceanen zijn sterk overdreven. Voorpaginanieuws werd het niet, maar het eerste bericht haalde wel de binnenpagina’s van sommige kranten. Het NOS-journaal maakte er geen melding van. Het journaal gaf in de week van het eerste bericht wel een kort item dat de opwarming van de aarde sneller zou gaan dan men eerst gedacht had, zonder verdere toelichting of bronvermelding. ‘Wetenschappers’ zouden dat hebben vastgesteld. Het item werd begeleid met een 10 seconden durend filmpje van ijsberen in een Groenlands landschap, dat er overigens zeer winters uit zag. Wat is er aan de hand met de berichtgeving over het klimaat in de media? Als de conclusies andersom waren geweest, als de opwarming veel sneller ging dan we dachten en als de verzuring van de oceanen veel erger was, dan zou het groot voorpaginanieuws zijn geweest. Laten we de twee onderwerpen even in meer detail bekijken. (1) In juni 2015 publiceerden klimaatwetenschappers van het Amerikaanse NOAA (National Oceanic and Atmospheric Administration) een groot artikel, waarin ze claimden, dat de aarde in de laatste 15 jaar even hard is opgewarmd als in de 15 jaar daarvoor. Dat sprak niet vanzelf. In de datareeksen van de gemiddelde globale temperatuur was immers sinds 1998 geen significante stijging meer te zien, wat tot een heftig debat heeft geleid over de vraag waarom de  klimaatmodellen dan toch een verdere opwarming voorspellen. Die temperatuurstilstand werd door klimaatsceptische wetenschappers en journalisten de pauze genoemd. Aanhangers van de klimaatmodellen hebben de pauze eerst ontkend, maar spreken sinds een jaar of 3 van ‘the hiatus’. Volgens de NOAA-wetenschappers was de stagnatie van de gemeten opwarming te wijten aan de metingen van de temperatuur van het oceaanwater. Daarvoor is deze eeuw een fraai systeem van automatisch duikende boeien over de wereldzeeën uitgerold, waarmee wordt bijgehouden hoeveel warmte het water op verschillende diepten vasthoudt. Vroeger werd de zeewatertemperatuur gemeten door schepen, door een emmer water te scheppen en er een thermometer in te steken. Het op elkaar laten aansluiten van de metingen volgens het oude en het nieuwe systeem was nogal lastig. De NOAA-onderzoekers kwamen in juni 2015 met een reeks nieuwe correcties, en concludeerden, dat de pauze voorbij was, sterker nog, dat de pauze zelfs nooit had bestaan. De aarde was in deze eeuw net zo hard blijven opwarmen als daarvoor. Dat kwam het Witte Huis goed uit, want president Obama wilde in de aanloop naar de klimaatconferentie in Parijs in december 2015 een stevige boodschap afgeven. Dat deed hij dus ook. ‘Deze generatie is de eerste die de gevolgen van de klimaatverandering merkt, en de laatste die er iets aan kan doen.’ In Parijs gingen afgevaardigden van 200 landen mee met de illusie, dat zij een besluit konden nemen om de temperatuurstijging van de aarde te beperken tot 2 graden, en liever nog tot 1,5 graden. Maar eind februari 2016 kwam een grote groep onverdachte wetenschappers met een tegenartikel. De correcties van de NOAA-mensen konden de toets der kritiek niet doorstaan. Bij narekenen van alles moest toch de conclusie blijven staan, dat de opwarming van de aarde sinds ongeveer 1998 in een lagere versnelling is gegaan. Het klimaat houdt zich niet aan de klimaatmodellen, die deze pauze niet hebben voorspeld. Als zelfs dagblad Trouw, dat zich graag afficheert als de meest duurzame krant, dit bericht over drie kolommen brengt (weliswaar op pagina 12), dan is er echt iets aan de hand. Om het maar eens stevig te zeggen: de klimaatmodellen deugen niet. Er is veel meer aan de hand dan de uitstoot van wat broeikasgassen en de klimaatwetenschap kan het niet verklaren. Toch dacht men in Parijs, dat de modellen zo precies zijn, dat ze konden kiezen tussen anderhalve of twee graden. (2) Toen het er in het begin van de 21ste eeuw op begon te lijken, dat de opwarming stagneerde, kwam er opeens een nieuw probleem om de hoek kijken: door de toename van CO2 in de lucht zouden de oceanen zuurder worden, en dat zou dramatische gevolgen kunnen hebben voor allerlei kleine diertjes die kalk moeten opnemen voor hun skelet. In een zuurdere zee lost kalk beter op, waardoor de diertjes met uitsterven worden bedreigd. De koraalriffen in de tropische zeeën zouden daardoor kunnen verdwijnen, met als gevolg, dat kleine visjes daarin geen schuilplaats meer vinden, zodat ze ten prooi vallen aan roofvissen, waardoor vissoorten zouden kunnen uitsterven. Nou wordt de zee niet echt zuur. Zeewater is licht basisch met een zuurgraad van ongeveer 8. Dit is geen college elementaire chemie, dus ik volsta met de mededeling, dat basisch het omgekeerde is van zuur, en dat een zuurgraad van 0-7 betekent dat het water zuur is, terwijl er van 7,1 tot 14 sprake is van basische omstandigheden. Sinds we begonnen zijn veel CO2 uit te stoten voor onze energievoorziening is de zuurgraad van de oceaan gemiddeld gedaald van 8,1 naar misschien 8,0 met een foutenmarge die ongeveer even groot is als de vermeende daling. Als alle fossiele brandstoffen worden opgestookt, zal de zuurgraad kunnen dalen tot 7,9 of 7,8. Sinds 2005 zijn er een paar duizend wetenschappelijke artikelen verschenen over de mogelijke gevolgen van deze verzuring, die de roepnaam OA heeft gekregen, wat staat voor Ocean Acidification. Niemand minder dan de redacteur van het ICES Journal of Marine Science, Howard Browman, publiceerde vorige week een kritische analyse van deze duizenden artikelen, in een speciaal themanummer van het tijdschrift, waarin hij auteurs had opgeroepen om eens heel sceptisch te kijken naar al die artikelen, en in het bijzonder om bijdragen te leveren die laten zien, dat verzuring geen effect heeft.  Zijn conclusie is onthutsend. Onderzoeken waaruit een schadelijk effect blijkt van een verhoogde CO2-concentratie gaan bijna altijd over van extreme veranderingen, die in werkelijkheid in zee nooit zullen plaatsvinden. Onderzoeken waaruit blijkt, dat het meevalt met de gevolgen van de verzuring, worden meestal door de tijdschriften geweigerd. Er is in de literatuur duidelijk sprake van een een ‘confirmation bias’, oftewel artikelen die de gevestigde opvattingen bevestigen hebben een veel grotere kans om geaccepteerd te worden dan artikelen die er tegen in gaan. Voor een theorie die nog maar net 10 jaar oud is (de eerste artikelen over OA verschenen in 2005) is dat zeer ongewoon. Nog ongewoner is de eenzijdige berichtgeving in de massamedia. De ‘kwaliteitskranten’ en het NOS-journaal hebben het eerste onderwerp hierboven summier of helemaal niet belicht. Over het tweede heb ik noch op de televisie noch in een krant iets gezien. Willen we werkelijk alleen maar slecht nieuws lezen, in het bijzonder als het over het klimaat gaat? 11 mei 2015 Een onbegrijpelijke jurybeslissing De jury voor de Libris literatuurprijs 2015 heeft gedaan wat de uitgevers graag wilden: Adriaan van Dis werd bekroond voor het boek dat hij schreef over zijn moeder ‘Ik kom terug’. Daarmee werd een boek gelauwerd van een bekende Nederlander, een regelmatige deelnemer aan De Wereld Draait Door, dat al aardig verkocht werd en dat nu ongetwijfeld nog veel vaker over de toonbank zal gaan. De uitgever en de boekhandelaren zullen er blij mee zijn. Ik had dit boek al gelezen voor het op de shortlist voor deze prijs kwam te staan, en ik was verbaasd over deze nominatie. Een zo warrig gecomponeerd boek verdient naar mijn mening geen enkele prijs. Als je een boek over je moeder wilt schrijven is de eerste valkuil die je moet vermijden, dat het boek niet over jezelf moet gaan. En dat doet het boek van Van Dis nu juist wel. Het gaat vooral over zijn eigen zoektocht naar het verleden van zijn moeder. Hij haalt voortdurend uitspraken van zijn moeder en van hem zelf door elkaar. In de typografie is meestal niet te zien of ‘ik’ op zijn moeder slaat of op hem zelf. De lezer moet zelf maar een paar pagina’s terugbladeren, om te zien of de alinea die hij aan het lezen is een bespiegeling is van de schrijver zelf of een verslag van een gesprek van de schrijver met zijn moeder. Opmerkelijk is, dat nu weer een boek gelauwerd is, waarin een schrijver een boekje open doet over een voorouder. Met ‘Oorlog en terpentijn’ won Stefan Hertmans in 2014 de Ako literatuurprijs. Dat boek is gecomponeerd rond een paar schriften die de grootvader van Hertmans naliet over zijn ervaringen in de loopgraven van 1914-1918. Die schriftjes vormen ongeveer een kwart van het boek en zijn (door de flaptekst) de voornaamste reden voor potentiële kopers om het boek aan te schaffen. Driekwart van het boek gaat daar niet over, gaat zelfs niet over de 1e wereldoorlog, maar voornamelijk over de - net als bij Van Dis warrig beschreven - onderzoekingen die Hertmans deed naar het leven van zijn grootvader. Een heldere biografie leidt zelden tot een literaire prijs. Een fraaie compositie kan dat wel doen, maar ook als de compositie van de hak op de tak springt zijn de kansen op een prijs niet verkeken. Het geval-Van Dis doet vermoeden dat het ook nog een voordeel is om een bekende DWDD-acteur te zijn. Een onbegrijpelijke beslissing. 5 mei 2015 Voorspelling van de winnaar van de Libris literatuurprijs 2015 Na lezing van de ‘short list’ bleef er bij mij een ‘extra short list’ over oftewel een top-3. Ik voorspel dat de prijs zal gaan naar (1) ‘Teatro olimpico’, of (2) ‘Godin, held’ of (3) ‘De consequenties’. Mijn overwegingen zijn: ‘Teatro olimpico’ vertelt een samenhangend verhaal (een zeldzaamheid bij literaire teksten) en blijft de lezer boeien, ook al vermoedt die al bij pagina 50 hoe het zal aflopen. ‘Godin, held’ is onleesbaar (wat voor literaire teksten een aanbeveling is) maar bevat te veel seks (wat 25 jaar geleden nog een aanbeveling was, maar nu niet meer). ‘De consequenties’ heeft al te veel literaire prijzen gekregen, waaronder een publieksprijs, en dat kan natuurlijk niet voor een jury die zichzelf respecteert. Lees meer... 2 april 2015 Wifi heeft geen geldige IP-configuratie Omdat mijn 7 jaar oude computer opstartproblemen begon te krijgen besloot ik deze week dat er een nieuwe moest komen. Een beetje rondkijken op internet en wat muisklikken in de onlineshop van een bekende leverancier waren genoeg om binnen 20 uur een nieuwe computer in huis te hebben. Vervolgens begon het dagen in beslag nemende proces om alles wat ik met de oude computer deed nu ook op de nieuwe te doen. Ik begon met de nieuwe computer op mijn zolderkamer in een proefopstelling op te stellen, met de laptop er naast. Het eerste uur deed de draadloze internetverbinding het goed, maar toen kwam er ineens een geel uitroepteken in het vakje rechtsonder dat de signaalsterkte aangeeft. Toen ik er op klikte las ik ‘beperkt’. Klikken op diverse knopjes en links, waarmee Windows bereidwillig aanbiedt om het probleem op te lossen leidde uiteindelijk tot de melding ‘Wifi heeft geen geldige IP-configuratie’ met als conclusie ‘Windows kan dit probleem niet oplossen’. Andere opties waren: vraag een goede bekende om raad, installeer Windows opnieuw en bel met de servicetelefoon van de leverancier. Van even googelen op de foutmelding ‘geen geldige IP-configuratie’ werd ik niet vrolijk. Diverse dialogen in discussieforums maakten duidelijk, dat het een hardnekkig probleem kan zijn. Handmatig de file ipconfig.txt aanpassen, de firewall uitschakelen, controleren of het protocol van de router niet te oud is, de computer terugzetten naar de fabrieksinstellingen, waren enkele van de adviezen die daar de ronde deden. Ik besloot nog even af te wachten, en niet aan de router te gaan sleutelen, want de laptop en de oude computer deden het immers nog prima. De volgende dag deed internet het ineens weer. In de loop van die dag werd het af en toe weer beperkt (wat een eufemisme bleek voor ‘geen verbinding’) maar soms was het er dan ineens weer. Maar de verbinding was wel langzaam. Het downloaden van grote bestanden lukte niet. Uiteindelijk besloot ik dat het tijd werd de nieuwe computer te verplaatsen naar zijn definitieve plek in de computerhoek in de woonkamer, met een HDMI-kabel verbonden met de televisie. De oude computer ging naar de zolderkamer. Groot was mijn verbazing toen op alle computers internet het feilloos deed. Hoe dat kwam weet ik nog niet zeker, maar ik vermoed, dat het kwam van de afstand tussen de router en de zolderkamer. Gek, dat ik deze mogelijke oorzaak nergens heb zien noemen als oorzaak van deze foutmelding. Ik ga op de zolderkamer nog wat experimenteren met de positie van de computer, om te zien of de plaats onder de werktafel van invloed is op de Wifi-verbinding.
IJsbaan Schoonmeer, Odoorn, 27 februari 2018 Home