Home
Onafhankelijk klimaatonderzoek ‘Onafhankelijk onderzoek’ is in wetenschappelijk opzicht een tautologie. Onderzoek met wetenschappelijke pretentie is uiteraard onafhankelijk van ideologie, onafhankelijk van financiers en onafhankelijk van politieke invloeden. Het lonkt niet naar publicitaire successen, het vertelt altijd het eerlijke verhaal, onderkent alle feiten en wringt zich niet in bochten om te voorkomen dat een theorie wordt weerlegd. Onderzoek dat niet aan deze kenmerken voldoet, verdient de kwalificatie ‘wetenschappelijk’ niet. Het meeste klimaatonderzoek is niet onafhankelijk. Het wordt voornamelijk door een ideologie gestuurd. De richting waarin het onderzoek zich begeeft is sterk afhankelijk van wat financiers wenselijk achten en wat tijdschriftredacties willen publiceren. Het meeste klimaatonderzoek is gericht op de hypothese dat de mens bezig is een catastrofale klimaatverandering te veroorzaken. Feiten à décharge worden veelal over het hoofd gezien. Onafhankelijk ondezoek dient alle feiten in beschouwing te nemen, en dient ook alles wat als ‘feit’ wordt gepresenteerd kritisch te benaderen. Onafhankelijk onderzoek stelt de feiten boven de theorie en verwerpt een theorie die niet met de feiten in overeenstemming is. De Vereniging van Onafhankelijke Klimaatonderzoekers (VOK) stelt zich ten doel het eerlijke verhaal te vertellen over het klimaat en de invloed van de mens daarop. Leden kunnen uitsluitend wetenschappelijke onderzoekers zijn, die over het klimaat hebben gepubliceerd zonder te lonken naar het IPCC en ook zonder kritiekloos klimaatsceptische denkpatronen te omarmen. Oprichter en voorzitter van de vereniging is dr. ir. Frans Dijkstra. Op grond van zijn bijdrage aan de Volkskrant van 4 november 2014 is hij toegelaten als lid van de VOK. Klik hier om u aan te melden als lid. Vermeld uw personalia en een bewijsstuk van onafhankelijk onderzoek. Vermeld ook, of uw wilt dat uw naam vermeld wordt op deze site. Position statement Diverse wetenschappelijke verenigingen en academies van wetenschappen hebben in een ‘position statement’ aangegeven hoe zij als vereniging staan ten opzichte van door de mens veroorzaakte klimaatverandering. De VOK neemt momenteel ten opzichte van dit thema de onderstaande positie in. Deze positieverklaring is niet in beton gegoten, maar staat onder de leden van de VOK permanent ter discussie. Het klimaat verandert en dat is ten dele door de mens veroorzaakt, en voor een ander deel door natuurlijke oorzaken. Menselijke oorzaken van klimaatverandering zijn o.a. de uitstoot van broeikasgassen, ontbossing, en verstedelijking. Natuurlijke oorzaken van klimaatverandering zijn o.a. de zonne-activiteit, veranderingen in oceaancycli, vulkaanuitbarstingen, vrijkomen van methaangassen uit permafrost en oceaansedimenten. Het IPCC is van mening, dat minstens 51% van de klimaatverandering door de mens is veroorzaakt. De VOK acht dit percentage niet onderbouwd. Gelet op de niet eenduidige relatie tussen temperatuurstijging en CO2- concentratie in de laatste 150 jaar is een range van 25-75% voor het aandeel van menselijke oorzaken aannemelijker. Het is onzeker hoeveel de globale gemiddelde temperatuur in de laatste decennia is gestegen. De meest prominente datareeksen (GISS en HadCrut4) zijn niet vrij van verdenking van manipulatie. Bij HadCrut4 is de globale opwarming in de laatste 18 jaar zeer beperkt, ondanks doorzichtige pogingen om in de buurt van GISS te komen. Satellietwaarnemingen wijzen op veel minder opwarming, maar gezien de reputatie van de betrokken onderzoekers zijn ook deze datareeksen verdacht. De grote verschillen tussen alle datareeksen zijn op te vatten als een bevestiging van de mening van Essex, McKitrick en Andresen (2006) dat een globale gemiddelde temperatuur niet bestaat. In geen enkele datareeks is er na 1998 een jaar geweest waarvan de globale gemiddelde temperatuur significant hoger was dan in 1998. Er is dus - ondanks triomfantelijke persberichten aan het begin van 2015 - na 1998 nog geen significant nieuw record gevestigd. Volgens de meerderheid van de datareeksen blijft de temperatuur inmiddels wel significant achter bij de voorspellingen van de klimaatmodellen. Om die reden dienen de uitkomsten van de klimaatmodellen verworpen te worden. Er is derhalve geen reden om geloof te hechten aan voorspelde temperatuurontwikkelingen in de 21ste eeuw en verder. De politieke 2-graden doelstelling, als maximaal toelaatbare opwarming in de 21ste eeuw mist derhalve een deugdelijke onderbouwing. De door klimaatactivisten als zekerheid bestempelde opwarming van 4 tot 6 graden wordt zelfs niet door de klimaatmodellen gesteund en dient derhalve als propaganda terzijde te worden gelegd. De oorzaken van het achterblijven van de opwarming zijn nog niet vastgesteld. Pas als deze oorzaken zijn ingebouwd in de klimaatmodellen, en als vervolgens in een periode van minstens 15 jaar blijkt dat de voorspellingen van de modellen wel in overeenstemming zijn met de waarnemingen, kunnen de uitkomsten van klimaatmodellen weer serieus worden genomen. De gevolgen van de klimaatverandering - voor zover nu waarneembaar en voor zover voorspelbaar - zijn beperkt. Het gemiddelde zeespiegelniveau stijg de laatste 30 jaar met ongeveer 3 mm per jaar. Er zijn onvoldoende redenen om aan te nemen dat de zeespiegelstijging versnelt. Er zijn ook redenen - hoewel niet doorslaggevend - om te verwachten dat de zeespiegelstijging in de toekomst weer kan afremmen door veranderingen in de oceaancycli. De meeste natuurrampen (tropische stormen, overstromingen, droogte, hittegolven, koudegolven, bosbranden) zijn waarschijnlijk niet het gevolg van de beperkte opwarming die zich heeft voorgedaan, maar van natuurlijke fluctuaties in de stromingspatronen. In Nederland is de gemiddelde temperatuur van 1980-1996 in korte tijd ruim een graad gestegen, maar is daarna niet verder gestegen. Een relatie met de globale opwarming is niet aan te geven. In Nederland is het aantal tropische dagen en hittegolven in de laatste 30 jaar niet groter dan in de periode van 1930-1950. Dagen met extreme temperaturen komen tegenwoordig niet vaker voor dan vroeger. Gewone warme dagen komen wel vaker voor dan vroeger. In Nederland is de jaarlijkse hoeveelheid neerslag in ruim een eeuw toegenomen met 12%. De frequentie van het voorkomen van natte dagen (meer dan 20 mm neerslag) is omstreeks 1960 in vrij korte tijd verdubbeld. Zeer natte dagen (meer dan 30, 40, 50, 60 mm neerslag) komen de laatste 50 jaar niet vaker voor dan vroeger. Een relatie tussen de globale opwarming en extreem natte dagen is niet aan te geven.